De taak

In de groepen 1 en 2 werken de leerlingen met een takenkaart waar opdrachten op het gebied van motoriek, cognitief, creatief en keuzetaak staan. 

In groep 3 en 4 werken de kinderen met een dagtaak. In de dagtaak staan opdrachten voor lezen/taal, schrijven, rekenen, computer en keuzetaken. 


In groep 5, 6, 7, 8 wordt de dagtaak via een halve weektaak naar een hele weektaak uitgebreid en wordt er steeds meer van hun organisatievermogen, inzicht en werkhouding verwacht.

De dag-, halve week- en weektaken zijn op elkaar afgestemd en hebben een doorgaande lijn. 

Basistaak/keuzetaak

In de basistaak bepaalt de leerkracht voor het grootste deel wat er in de taak staat. Iedere basistaak wordt zoveel mogelijk afgestemd op het niveau van de individuele leerling.

Naast de basistaak is er verdiepings-, verrijkings- en herhalingstof en de keuzetaak. Bij een keuzetaak mogen kinderen kiezen uit een aantal opdrachten of mogen zij zelf bedenken wat ze willen leren. Samen met de leerkracht wordt er dan gekeken hoe dat gerealiseerd kan worden. 

Plannen

De kinderen weten van te voren hoeveel tijd ze per dag hebben voor hun taak en plannen de volgorde van het werk in. Naarmate de leerling in een hogere groep komt zal het steeds meer verantwoordelijkheid krijgen t.o.v. de taak. 

Afkleuren

Als de kinderen vinden dat ze een taak echt af hebben mogen ze het onderdeel of vak afkleuren op hun takenblad. Dit doen ze in de kleur van de dag: 
  • Maandag - rood
  • dinsdag - blauw 
  • woensdag - oranje
  • donderdag - groen
  • vrijdag - geel

Maatje

Er is een aantal opdrachten in een weektaak dat kinderen met een maatje kunnen maken. Er zijn verschillende manieren om de maatjes te vormen maar het is uiteindelijk de bedoeling dat leerlingen leren met iedereen samen te werken. Er kunnen ook maatjes worden gemaakt voor een langere periode, bijv. tijdens een project. 

Verschillen

Niet iedere leerling is hetzelfde, kinderen verschillen. Daar proberen wij zoveel mogelijk rekening mee te houden.
In de taak plant de leerkracht het werk voor de aankomende week. Daarbij houden wij rekening met wat het kind aan kan en bieden, indien nodig, meer/minder of moeilijker/makkelijker leerstof aan. Daarbij houden we rekening met leerlingen met o.a. dyslexie, discalculie en de (hoog)begaafde leerlingen. Omdat kinderen zelfstandig werken, heeft de leerkracht ruimte om individueel of in kleine groepjes kinderen te begeleiden en instructie te geven.
Print