Kerndoelen Godsdienstonderwijs

Kerndoelen van het Godsdienstonderwijs (PC GVO) in 4 domeinen

Domein A – Verhalen

  1. Leerlingen kunnen levenservaringen tot uitdrukking brengen in persoonlijke verhalen en deze delen met anderen.
  2. Leerlingen vormen gedachten en uiten gevoelens over eigen levensvragen en eigen levenservaringen en kunnen hun gedachten daarover uitdrukken op verschillende wijzen.
  3. Leerlingen zijn bereid en in staat om te reageren op Bijbelverhalen en verhalen van zin die hen gevoelig maken voor geloof, hoop en liefde en voor levensvragen en levenservaringen.
  4. Leerlingen leren luisteren en kunnen vragen stellen bij Bijbelverhalen en verhalen waarin existentiële en religieuze ervaringen worden gecommuniceerd.
  5. Leerlingen plaatsen Bijbelverhalen in het grotere geheel van die Bijbelse verhaaltraditie. Zij krijgen oog voor de historische setting van die verhalen. Leerlingen herkennen verhalen uit de Bijbel en de christelijke traditie in culturele en kunstzinnige uitingen.
  6. Leerlingen waarderen verhalen uit andere (godsdienstige) tradities.
  7. Leerlingen kunnen belangrijke rituelen, feesten en gedenkdagen verbinden met bijbehorende verhalen uit de christelijke en andere godsdienstige en culturele tradities.

Domein B - Betekenis geven

  1. Leerlingen kunnen reflecteren op het eigen levensverhaal en dat van anderen.
  2. Leerlingen dialogiseren aan de hand van zowel verhalen als existentiële en religieuze ervaringen.
  3. Leerlingen kunnen bronnen van geloof verbinden met hun eigen leefwereld.
  4. Leerlingen ontdekken de meerduidige symbolische dimensie van Bijbelverhalen en andere verhalen.
  5. Leerlingen kunnen symbolen herkennen en hanteren als verwijzende taal.
  6. Leerlingen zoeken betekenisvolle personen en betekenisvolle gebeurtenissen uit Bijbel, traditie en hun leefwereld.
  7. Leerlingen zijn gevoelig voor levensbeschouwelijke visies van mensen.

Domein C – Vieren en ontmoeten

  1. Leerlingen waarderen momenten van samen delen en samen beleven als behorend bij het leven.
  2. Leerlingen kunnen religieuze rituelen duiden.
  3. Leerlingen kunnen zin geven en zin ontlenen aan ontmoetingen met betekenisvolle personen en plaatsen.

Domein D – Re-ageren

  1. Leerlingen zien in dat zij een handelend persoon zijn en dat hun handelen gebaseerd is op dat wat waardevol is.
  2. Leerlingen laten zich in hun handelen leiden door een moreel en esthetisch besef.
  3. Leerlingen leren keuzes te maken en deze te verantwoorden en leren te leven met morele dilemma’s.
  4. Vanuit een gezond gevoel van eigenwaarde waarderen leerlingen de ander en kunnen zij dit in hun handelen laten zien.
Print